Een trouwkaart adresseer je met de namen van precies de mensen die je uitnodigt op de eerste regel, daaronder straat en huisnummer, dan postcode en plaats, en bij buitenlandse adressen het land onderaan. Je eigen adres komt als afzender op de achterkant. Die eerste regel telt zwaarder dan hij lijkt: gasten lezen eruit wie er mee mag.
Dat maakt de envelop meer dan een postformaliteit. Staat er "Familie Willems", dan rekent dat gezin erop dat de kinderen ook komen. Staat er "Sofie Willems en partner", dan mag Sofie iemand meebrengen. Wie de namen goed kiest, voorkomt later ongemakkelijke telefoontjes. Begin daarom niet bij de envelop maar bij een complete adressenlijst, met per huishouden de namen zoals ze op de envelop moeten komen. In de gastenlijst met rsvp houd je dat per adres bij en zie je meteen wie er nog ontbreekt.
Plan jullie bruiloft op één plek
Gratis account met checklist, budgetplanner, gastenlijst en jullie eigen trouwwebsite.
Begin met plannenHoe schrijf je de namen op de envelop?
Kies één stijl en houd die voor alle enveloppen aan. Een paar gangbare vormen:
- Formeel: "De heer en mevrouw Jansen" of "Dhr. en mevr. Jansen". Past bij een klassieke kaart en bij oudere gasten.
- Persoonlijk: "Sanne en Tom de Vries". Warmer, en in de meeste vriendengroepen gewoon.
- Verschillende achternamen: "Sanne de Vries en Tom Bakker". Zet de namen naast elkaar of onder elkaar, in de volgorde die jullie zelf kiezen.
- Met kinderen: "Sanne, Tom, Lisa en Noah de Vries". Zo is er geen twijfel.
- Met een plus-één: "Eva Claes en partner", of beter nog de naam van de partner als je die kent.
- Met een titel: "Dr. Marieke Smit". Gebruik titels alleen als de gast ze zelf ook gebruikt.
Vermijd "Familie" als je niet het hele gezin uitnodigt. Het woord betekent voor de meeste mensen: wij allemaal, ook de kinderen. Hoe je een kindvrij feest verder uitlegt, lees je in hoe je laat weten dat je bruiloft kindvrij is.
Hoe zet je het adres goed in Nederland en België?
De opbouw verschilt een beetje per land. Wie de vorm van het land van bestemming volgt, maakt het de postbode makkelijk.
Nederland:
- Regel 1: namen.
- Regel 2: straatnaam en huisnummer, met een eventuele toevoeging zoals 12A of 12-2.
- Regel 3: postcode en plaatsnaam op één regel. PostNL raadt aan de plaatsnaam in hoofdletters te schrijven, bijvoorbeeld 3512 AB UTRECHT.
België:
- Regel 1: namen.
- Regel 2: straatnaam en huisnummer, met "bus" voor een busnummer, bijvoorbeeld Kerkstraat 14 bus 3.
- Regel 3: postcode van vier cijfers en de gemeente, bijvoorbeeld 2000 Antwerpen.
Naar het buitenland: zet de naam van het land in hoofdletters op de laatste regel, zonder iets eronder. Een kaart van Gent naar Breda krijgt dus NEDERLAND onderaan, een kaart van Eindhoven naar Hasselt krijgt BELGIË.

Schrijf je de adressen met de hand of print je ze?
Alle drie de opties zijn prima, zolang het adres leesbaar is.
- Met de hand. Het meest persoonlijk. Reken op een paar avonden voor een volledige lijst. Test je pen eerst op één envelop: op glanzend of gecoat papier blijft inkt soms nat en veegt hij uit.
- Adresstickers. Snel en netjes, zeker als je ze afdrukt vanuit een spreadsheet. Kies transparante stickers als je het minder zakelijk wilt laten ogen.
- Laten bedrukken. Veel drukkers kunnen de adressen meteen op de envelop drukken, in hetzelfde lettertype als de kaart. Vraag ernaar bij je bestelling en lever een gecontroleerde lijst aan.
Een kalligraaf of een vriend met een mooi handschrift is een tussenweg. Geef die persoon wel een uitgetypte lijst, nooit een stapel losse briefjes.
Wat zet je op de achterkant van de envelop?
Op de achterkant, meestal op de klep, komt jullie eigen adres als afzender. Raakt een kaart zoek of klopt een adres niet, dan komt hij bij jullie terug en weet je dat je iemand opnieuw moet bereiken. Schrijf het klein en eenvoudig: jullie namen, straat, postcode en plaats.
Een sluitzegel, lakzegel of sticker met jullie initialen kan erbij, maar hoeft niet. Zet hem niet over het afzenderadres heen. Een dikke lakzegel maakt de envelop bovendien dikker, en dat kan meetellen voor het posttarief.
Hoe adresseer je bij gescheiden ouders, stiefgezinnen of samengestelde gezinnen?
Wonen mensen niet meer samen, stuur dan aparte enveloppen naar elk adres, ook als het om ouders van dezelfde gast gaat. Zet bij een nieuw koppel beide namen, zodat duidelijk is dat de nieuwe partner welkom is. Weet je niet zeker hoe iemand aangesproken wil worden, vraag het dan gewoon. Dat gesprek is korter dan de stilte als je het verkeerd doet. Meer over gevoelige familiesituaties lees je in hoe je omgaat met stieffamilie en ex-partners op je bruiloft.
Wanneer begin je met adresseren?
Begin zodra de kaarten binnen zijn, of nog beter: adresseer de lege enveloppen al terwijl de drukker bezig is. Enveloppen worden vaak eerder geleverd dan de kaarten zelf. Reken op minstens een week voor het schrijven, nakijken en frankeren, en tel die week mee in jullie planning. Hoeveel weken voor de trouwdag de kaarten op de post moeten, lees je in wanneer je de trouwkaarten verstuurt. Zo hoef je niet op de laatste avond nog met een pen aan de keukentafel te zitten.
Checklist voor het adresseren
- Verzamel alle adressen op één plek, per huishouden.
- Bepaal per adres welke namen op de envelop komen.
- Laat twijfelgevallen (kinderen, partners, titels) bespreken voor je begint.
- Kijk de postcodes na; in Nederland kan dat op de site van PostNL.
- Schrijf, print of laat drukken, en test eerst één envelop.
- Zet jullie afzenderadres op elke klep.
- Tel de enveloppen na tegen de lijst voor je ze op de post doet.
Houd de lijst in de gastenlijst bij terwijl je adresseert. Vink per envelop af wat de deur uit is, dan weet je bij elke vraag van een gast meteen of de kaart al onderweg is.



