Op een naamkaartje zet je de naam waarmee die gast zich op jullie bruiloft laat aanspreken, en niets meer dan dat. Voor de meeste gasten is dat gewoon de voornaam, in een lettertype dat ook van een halve meter leesbaar is. Werk je met een tafelschikking waarbij gasten eerst hun tafel moeten vinden, dan komt het tafelnummer er klein bij, of op een los kaartje bij de ingang.
Een naamkaartje heeft twee taken: de gast weet waar hij zit, en het bedienend personeel weet wie wie is. Alles wat je er verder op zet, is decoratie of een hulpje voor de keuken. Dat klinkt klein, maar bij vijftig tot honderdtwintig kaartjes maakt elke extra regel tekst verschil in tijd en in kosten. Hieronder staat per keuze wat gebruikelijk is en wanneer je ervan afwijkt.
Plan jullie bruiloft op één plek
Gratis account met checklist, budgetplanner, gastenlijst en jullie eigen trouwwebsite.
Begin met plannenAlleen de voornaam, of de volledige naam?
Voor een gewoon trouwdiner met familie en vrienden is de voornaam genoeg. Die leest sneller, oogt warmer en voorkomt het ongemak van iemand die op zijn eigen achternaam wordt aangesproken op een feest.
Je zet de volledige naam erop als:
- Er meerdere gasten dezelfde voornaam hebben. Twee keer "Sofie" aan dezelfde tafel levert verwarring op. Dan wordt het "Sofie D." en "Sofie V.", of voluit.
- Het diner formeel is, bijvoorbeeld een bruiloft met veel zakelijke relaties of een kerkelijke bruiloft met een plechtig diner erna.
- Gasten elkaar niet kennen. Een volledige naam helpt het gesprek op gang.
Een tussenweg die vaak goed werkt: voornaam groot, achternaam klein eronder. Iedereen ziet in één oogopslag waar hij zit, en wie wil weten naast wie hij zit, kan het lezen.
Hoe ga je om met titels en aanspreekvormen in Nederland en België?
Hier zit een echt verschil. In Nederland zijn naamkaartjes met alleen voornamen heel normaal geworden, ook bij oudere gasten. In België, en vooral bij Franstalige of gemengde gezelschappen, wordt vaker nog "Mevrouw" en "Meneer" of "Madame" en "Monsieur" gebruikt bij de oudere generatie en bij officiële genodigden. Kijk dus naar je eigen gastenlijst voordat je een vorm kiest voor iedereen.
Praktische lijn die bijna altijd werkt: één vorm voor alle gasten van een generatie. Dus niet de ene oom met "Meneer" en de andere met zijn voornaam, want dat valt op. Heb je een tweetalig gezelschap, kies dan één taal voor de kaartjes en vang het taalverschil op in de menukaart, zoals beschreven in wat je op de menukaart van je bruiloft zet.
Bij koppels schrijf je de namen op twee aparte kaartjes, niet samen op één. Twee kaartjes laten ook ruimte om een koppel niet naast elkaar te zetten, wat vaker gebeurt dan je denkt.
Zet je dieetwensen op het naamkaartje?
Niet met letters, maar wel met een teken. Een klein symbool in een hoek, bijvoorbeeld een blaadje voor vegetarisch, een stip voor glutenvrij of een andere kleur rand, vertelt het personeel genoeg zonder dat de gast zijn dieet op tafel ziet liggen. Spreek het teken met je cateraar af, want zij moeten het tijdens het uitserveren in een oogopslag kunnen zien.
Wat je beter niet doet: het woord "allergie" of de volledige dieetwens uitschrijven. Dat voelt voor de gast als een label, en bij een ernstige allergie is een kaartje op tafel toch niet de plek waar je op vertrouwt. Geef die informatie daarnaast altijd apart door aan de keuken, in een lijst per tafel.

Hoeveel kaartjes maak je, en wanneer?
Maak er altijd meer dan je nodig hebt. Een redelijke buffer is vijf tot tien procent extra blanco kaartjes in dezelfde stijl, plus een pen in dezelfde kleur. Er komt bijna altijd één gast bij, valt er één af, of blijkt een naam verkeerd gespeld.
Wat betreft het tijdstip: de kaartjes zijn het laatste drukwerk dat je afmaakt, want ze hangen aan de definitieve tafelschikking. Die staat pas vast als de laatste afmeldingen binnen zijn. Een werkbare volgorde:
- Sluit je gastenlijst en verwerk de laatste afmeldingen.
- Maak de tafelschikking definitief, bijvoorbeeld met de tafelschikking op het portaal.
- Controleer per gast de spelling van de naam, letterlijk zoals de gast hem zelf schrijft.
- Laat de kaartjes drukken of schrijf ze uit, in de laatste twee tot drie weken.
- Sorteer ze per tafel in een doosje met een label, zodat opbouwen snel gaat.
Dat laatste punt wordt vaak overgeslagen en kost op de dag zelf het meeste tijd. Een stapel van honderd losse kaartjes uitzoeken bij het dekken is een half uur werk; per tafel gesorteerd ben je in vijf minuten klaar.
Welke vorm en houder werken op tafel?
De klassieke vorm is een gevouwen kaartje dat op het bord of de servet staat. Dat heeft het voordeel dat het blijft staan zonder houder en dat het meteen opvalt. Een plat kaartje ziet vlakker en moderner uit, maar vraagt een houder of iets om het onder te schuiven.
Een paar opties en waar je op let:
- Gevouwen karton: staat zelf, goedkoopst, maar kreukt als iemand erop leunt.
- Houdertje van hout, metaal of klei: mooi en stabiel, kost per stuk iets en je hebt er net zoveel van nodig als gasten.
- Onder de servet of in het bestek: gratis en netjes, maar minder zichtbaar bij het zoeken.
- Aan een glas met lint of een clip: valt goed op, mits het personeel weet dat het glas bij die stoel blijft.
- Op een steentje, blad of schijfje hout: past bij een landelijke stijl, maar weegt zwaar in een doos.
Wil je de kaartjes in dezelfde stijl als de rest van je tafel, bekijk dan hoe je dat volhoudt in een eigen trouwstijl of monogram ontwerpen. Eén lettertype en één kleur over alle tafelitems heen oogt rustiger dan vijf verschillende mooie dingen naast elkaar.
Zo maak je jullie naamkaartjes
- Kies één vorm voor de naam: voornaam, voornaam met initiaal of voluit.
- Kies één aanspreekvorm per generatie en hou die consequent aan.
- Spreek met de cateraar een klein teken af voor dieetwensen.
- Wacht met drukken tot de tafelschikking echt vastligt.
- Bestel vijf tot tien procent blanco kaartjes extra en één pen in dezelfde kleur.
- Sorteer de kaartjes per tafel in een doosje met label voor de opbouw.



