Bruidegom schrijf je met een e in het midden en zonder s: bruid-e-gom. De meeste andere trouwwoorden zijn samenstellingen, en die gaan in het Nederlands aan elkaar vast: bruidspaar, bruidsboeket, bruidsmeisje, trouwdag, trouwkaart, trouwringen, huwelijksaanzoek, huwelijksvoltrekking en ceremoniemeester. Losse delen als "trouw dag" of "huwelijks aanzoek" zijn fout, hoe vaak je ze ook ziet staan.
Dit is een van de weinige dingen aan je trouwplanning die je één keer goed doet en daarna nooit meer hoeft te bekijken. Het loont wel de moeite, want deze woorden belanden op je kaart, op je website, in je programmaboekje en op borden die er de hele dag staan. Een fout op een gedrukte oplage van honderd kaarten herstel je niet meer, en een spelfout in een naam blijft bij mensen hangen. Hieronder staan de woorden die het vaakst scheef gaan, plus de regels waarmee je de rest zelf kunt opzoeken.
Plan jullie bruiloft op één plek
Gratis account met checklist, budgetplanner, gastenlijst en jullie eigen trouwwebsite.
Begin met plannenWelke trouwwoorden gaan het vaakst mis?
De lijst is korter dan je denkt, en het zijn steeds dezelfde:
- bruidegom, niet bruidsgom of bruidgom.
- bruiloft, één woord, van het oude bruidloop.
- jawoord, aan elkaar, zonder streepje.
- bruidsmeisje, bruidsjonker en bruidskinderen, allemaal aan elkaar.
- huwelijksaanzoek, huwelijksreis, huwelijksakte, met een tussen-s.
- huwelijkse voorwaarden, in Nederland juist wél in twee woorden, want huwelijkse is hier een bijvoeglijk naamwoord.
- burgerlijke stand, twee woorden en met kleine letters.
- ambtenaar van de burgerlijke stand, de volledige term; trouwambtenaar mag ook en is één woord.
- weddingplanner en ceremoniemeester, beide aan elkaar.
- vrijgezellenfeest, één woord.
- save-the-datekaart, met streepjes tussen de Engelse delen en vast aan kaart.
Waar bruiloft en trouwen vandaan komen, en waarom die woorden zo oud zijn, lees je in wat het woord bruiloft eigenlijk betekent.
Aan elkaar, los of met een streepje?
Houd drie regels aan en je komt een heel eind. Een samenstelling van twee Nederlandse woorden schrijf je aan elkaar: feestzaal, trouwstoet, bruidstaart. Dat blijft zo, ook als het woord lang wordt, zoals huwelijksvoltrekkingslocatie, hoe lelijk dat ook leest; kies in dat geval liever een kortere formulering.
Een streepje gebruik je in drie gevallen: bij klinkers die anders samen één klank worden (zo-even, mede-eigenaar), bij een combinatie met een losse letter of cijfer (A4-formaat, 25-jarig), en om een lang woord leesbaar te houden wanneer er al een streepje in zit. Bij Engelse woordgroepen die één begrip vormen, komen er streepjes tussen de Engelse delen: first-lookmoment, save-the-datekaart, black-tiedresscode.
Los schrijf je alleen wat geen samenstelling is maar een woordgroep: burgerlijke stand, huwelijkse voorwaarden, geregistreerd partnerschap, eerste dans. Twijfel je over één woord, zoek het dan op in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal, bekend als het Groene Boekje, of op taaladvies.net. Beide zijn gratis en geven hetzelfde antwoord.
Hoe schrijf je datum, tijd en namen op de kaart?
Hier zitten de fouten die opvallen, omdat ze groot op de kaart staan. De regels:
- Dagen en maanden krijgen in het Nederlands een kleine letter: zaterdag 12 juni 2027.
- Tijd schrijf je in Nederland meestal als 14.30 uur, met een punt. In België is 14 u 30 net zo gewoon.
- Jullie namen in een bezitsvorm: Anna's bruiloft (klinker aan het eind), Lottes feest (gewone slot-e), Lars' familie (sisklank aan het eind).
- Meervoud met apostrof bij woorden op een enkele klinker: foto's, menu's, taxi's. Niet bij taarten, kaarsen of tafels.
- Aanhef: u en uw met kleine letters, ook in een uitnodiging. Een hoofdletter is daar niet nodig.
- Plaatsnamen en gebouwen met hoofdletters, maar gemeentehuis en stadhuis zonder, tenzij het de eigennaam is.
Zet die keuzes één keer vast en gebruik ze overal hetzelfde: op de kaart, op de borden en in je digitale uitnodiging. Hoe je de rest van de tekst opbouwt, staat in hoe je de tekst voor je trouwkaart schrijft.
Welke woorden gebruiken Nederlanders en Belgen anders?
Allebei correct Nederlands, maar het klinkt anders, en dat merken gasten. De belangrijkste verschillen:
- Nederland: ondertrouw. België: aangifte van het huwelijk.
- Nederland: huwelijkse voorwaarden. België: huwelijkscontract.
- Nederland: ceremonie. België: vaker plechtigheid, en bij een kerkelijk huwelijk de misviering.
- Nederland: gemeentehuis. België: vaak stadhuis.
- Nederland: trouwfeest of bruiloft. België: trouwfeest, met daarnaast de koffietafel als apart onderdeel.
- België kent de receptie als vast onderdeel voor een brede kring; in Nederland is dat minder algemeen.
Trouwen jullie in het ene land met veel gasten uit het andere, kies dan de woorden van de plek waar het feest is, en leg onbekende termen in één regel uit in het programmaboekje. Dat voorkomt dat de helft van je gasten niet weet of ze bij de koffietafel verwacht worden.
Hoe laat je je teksten nakijken voor het drukken gaat?
Door iemand anders, en op papier. Je eigen tekst lees je na drie keer niet meer letterlijk. Wat in de praktijk werkt:
- Laat de kaart door twee mensen lezen die de namen en plaatsnamen kennen.
- Lees de kaart één keer achterstevoren, van onder naar boven, zodat je op losse woorden let in plaats van op de zin.
- Vraag altijd een proefdruk aan voordat de hele oplage gaat, en lees die op papier in plaats van op een scherm.
- Vergelijk datum, dag van de week en tijd met een kalender. De dag die niet bij de datum hoort, is de fout die het vaakst door de controle glipt.
- Kijk de adressen en de achternamen van de ontvangers apart na, los van de tekst.
Weet je nog niet wanneer het drukwerk de deur uit moet, dan vind je de termijnen in wanneer je de trouwkaarten verstuurt.
Zo zet je de spelling vast voor al jullie teksten
- Maak één lijst met jullie namen, de plaatsnamen en de tien woorden die op het drukwerk komen.
- Zoek de twijfelgevallen op in het Groene Boekje of op taaladvies.net en schrijf de goede vorm erbij.
- Kies tussen de Nederlandse en de Belgische termen en houd die keuze overal aan.
- Spreek één notatie voor datum en tijd af, inclusief punt of u.
- Deel de lijst met wie ook teksten maakt: de drukker, de ceremoniemeester en wie de borden schrijft.
- Vraag een proefdruk en laat die door twee anderen nalezen voor de oplage gedrukt wordt.

