In de meeste gezinnen betaalt het koppel het trouwfeest zelf, met in veel gevallen een bijdrage van één of beide ouderparen. De oude verdeling, waarbij de ouders van de bruid het feest betaalden en de familie van de bruidegom de drank, is in Nederland en België grotendeels verdwenen. Wat er nu gebeurt: jullie bepalen samen een bedrag, kijken wat jullie zelf kunnen dragen, en pas daarna wordt duidelijk of er iets van buiten bij komt.
Dat gesprek voeren is ongemakkelijk, en dat is precies waarom het vaak te laat gebeurt. Een bijdrage die pas ter sprake komt als de zaal al geboekt is, zorgt voor scheve verhoudingen tussen twee families. Ook de bedragen zelf verdienen aandacht: een gemiddelde bruiloft in Nederland kost ruwweg 15.000 tot 25.000 euro, de richtprijs die wij in onze tools gebruiken. Uit Belgisch onderzoek van Trustlocal (2025) blijkt dat 24,5 procent van de koppels rekent op 10.001 tot 15.000 euro en 20,9 procent op 15.001 tot 20.000 euro. Dat zijn bedragen waarover je afspraken op papier wil.
Plan jullie bruiloft op één plek
Gratis account met checklist, budgetplanner, gastenlijst en jullie eigen trouwwebsite.
Begin met plannenWie betaalde traditioneel wat?
De klassieke verdeling komt uit een tijd waarin koppels jong trouwden en zelf nog weinig hadden. Die situatie is veranderd: in Nederland lag de gemiddelde leeftijd bij huwelijkssluiting in 2025 op 38,8 jaar voor mannen en 36,2 jaar voor vrouwen, en ook in België schuift die leeftijd omhoog. Mensen die trouwen hebben doorgaans al een eigen huishouden en een inkomen.
De traditie zag er zo uit, en je komt hem nog tegen als verwachting:
- De ouders van de bruid: het feest, de zaal, de catering en de jurk.
- De bruidegom of zijn familie: de ringen, het bruidsboeket en de huwelijksreis.
- De bruidegom: het vervoer en de kosten van de ceremonie.
Beschouw dit als geschiedenis, niet als richtlijn. Wie het nu wil gebruiken, gebruikt het als startpunt voor een gesprek en niet als rekening die je bij iemand neerlegt.
Hoe spreek je een bijdrage van ouders af?
Vraag naar een bedrag, niet naar hulp. "Zouden jullie willen meebetalen?" levert een onduidelijk ja op. "We zijn aan het rekenen en komen op dit bedrag uit; is er een bijdrage mogelijk, en zo ja hoeveel?" levert een getal op waarmee je verder kunt. Doe dat bij beide ouderparen apart, en laat de een niet weten wat de ander geeft tenzij zij dat zelf delen.
Spreek daarna drie dingen af: het bedrag, het moment waarop het overgemaakt wordt, en waarvoor het bedoeld is. Een bijdrage die aan een onderdeel hangt, bijvoorbeeld de bloemen of het diner, is makkelijker te volgen dan een vrij bedrag dat ergens in het geheel verdwijnt. Is het een cadeau of een lening? Zeg het uit, ook als het ongemakkelijk klinkt. Hoe je dat verder eerlijk verdeelt, staat in ons artikel over de kosten van een bruiloft verdelen.
Welke kosten nemen gasten en getuigen zelf?
Veel meer dan koppels denken, en daar hoort een waarschuwing bij: wie te veel bij de gasten legt, krijgt afmeldingen. Gebruikelijk is dit:
- Gasten betalen hun eigen reis, en bij een bruiloft verder weg ook hun overnachting.
- Bruidsmeisjes betalen vaak hun eigen jurk, soms met een bijdrage van jullie.
- Getuigen betalen hun eigen kleding.
- Gasten geven een cadeau of geld. Uit het Belgische onderzoek blijkt dat 77,7 procent van de koppels liever geld krijgt dan een cadeau, en dat gasten meestal minstens 50 euro geven.
Over het kapsel en de make-up van de bruidsmeisjes bestaat de meeste onduidelijkheid. Wij zetten de gebruiken op een rij in het artikel over wie het kapsel en de make-up van de bruidsmeisjes betaalt. Zeg in alle gevallen vooraf wat je van iemand verwacht, zodat niemand voor een verrassing staat.
Wat als er voorwaarden aan een bijdrage hangen?
Dat gebeurt, en meestal niet uit onwil. Ouders die betalen, voelen zich betrokken en willen meedenken over de gastenlijst, de locatie of het menu. Het wordt een probleem als meedenken meebeslissen wordt, en als de gastenlijst groeit met mensen die jullie nauwelijks kennen.
Zet de grens vooraf, vriendelijk en concreet. Bijvoorbeeld: zij mogen een vast aantal gasten uitnodigen binnen hun bijdrage, maar de rest van de lijst is aan jullie. Of: jullie nemen hun voorkeur mee in de keuze van de zaal, maar de knoop doorhakken doen jullie zelf. Houd daarbij één lijst aan die iedereen kan volgen, bijvoorbeeld in jullie gastenlijst met RSVP, zodat discussies over aantallen op feiten gaan en niet op gevoel. Blijkt dat een bijdrage te veel invloed meebrengt, dan mag je hem ook kleiner maken of afslaan.
Wat betalen jullie zelf, en waar zit het meeste geld?
Reken erop dat het grootste deel bij jullie blijft. In onze richtlijnen gaan locatie en catering samen op aan 40 tot 50 procent van het budget, fotografie aan 8 tot 12 procent, en houd je 5 tot 10 procent apart als buffer voor dingen die je nu nog niet ziet aankomen.
De grootste knop waaraan je kunt draaien is het aantal gasten. Per dinergast kun je rekenen op 100 tot 200 euro, per avondgast op 30 tot 60 euro. Twintig gasten minder aan tafel scheelt dus meer dan alle kleine besparingen bij elkaar. Dat sluit aan bij wat Belgische koppels zeggen te willen: 84,3 procent houdt het liever klein en simpel. Zet alle bedragen en bijdragen in jullie budgetplanner, zodat je in één oogopslag ziet wat er nog open staat.
Zo verdelen jullie het stap voor stap
- Bepaal eerst samen welk bedrag jullie zelf kunnen en willen dragen, zonder iets te lenen.
- Maak een voorlopige gastenlijst, want daar hangt bijna elke andere post aan vast.
- Vraag beide ouderparen apart of er een bijdrage mogelijk is, en vraag om een bedrag.
- Leg per bijdrage vast: het bedrag, het doel en de datum van overmaken.
- Spreek uit wat de bijdrage wel en niet aan invloed geeft op de keuzes.
- Zet alles in één overzicht dat jullie allebei kunnen inzien en bijwerken.
- Houd een buffer vrij, en spreek af wie de eindrekeningen in de gaten houdt.
