Met zes categorieën kom je een hele trouwdag door: een bubbel voor de toast, één witte en één rode wijn, bier, fris en water, en voor de avond drie of vier sterke dranken. Zet daar één alcoholvrije optie bij die meer is dan cola, en je hebt een kaart waar niemand op afknapt. Alles wat je daarbovenop zet, kost geld en levert vooral restvoorraad op.
De keuze is minder vrij dan je denkt, want de locatie bepaalt veel. Werk je met een zaal die de dranken zelf levert, dan kies je uit hun kaart en onderhandel je over wat erin of eruit gaat. Breng je zelf aan, dan bepaal je alles zelf maar betaal je vaak een vergoeding per fles. Begin daarom bij het contract van je locatie en pas daarna bij het assortiment.
Plan jullie bruiloft op één plek
Gratis account met checklist, budgetplanner, gastenlijst en jullie eigen trouwwebsite.
Begin met plannenWelke dranken heb je echt nodig?
Een werkbare basiskaart ziet er zo uit:
- Een bubbel: cava, crémant, prosecco of champagne, voor de toast en het aperitief.
- Een witte wijn die droog en fris is, zodat hij bij voorgerechten en bij de borrel past.
- Een rode wijn met niet te veel tannine, want een zware wijn blijft op warme dagen staan.
- Bier: een pils van de tap, en in België bijna altijd één speciaalbier erbij.
- Fris en water: plat en spuitend water, cola, een sinaasappelsap, een tonic en een ijsthee.
- Sterke dranken voor de avond: een gin, een wodka, een whisky en één lokale klassieker zoals jenever of een likeur.
- Een alcoholvrije optie met aandacht: een alcoholvrije bubbel of een gemengde drank met siroop en kruiden.
Wat je kunt schrappen: een hele wijnkaart met zes wijnen, aperitieven die niemand aanraakt, en een cocktailbar met tien recepten. Twee goed gekozen cocktails die snel te maken zijn, werken beter dan een lange kaart waar iedereen op staat te wachten.
Hoe ziet de kaart per moment van de dag uit?
Een trouwdag heeft drie drinkmomenten die elk iets anders vragen.
Bij het aperitief of de receptie drinken gasten licht en snel. Hier horen de bubbel, de witte wijn, bier en fris. Houd het beperkt, want bediening die zes dranken moet uitschenken, komt bij niemand rond.
Bij het diner gaat het om wijn bij het eten. Uit Belgisch onderzoek van Trustlocal in 2025 kiest 63,1 procent een zittend meergangendiner, en bij die vorm schenkt de bediening per gang. Laat de cateraar of zaalchef een voorstel doen per gang en vraag of het aantal flessen openstaat of vast is.
Na het diner begint het avondfeest, en daar verschuift alles naar bier, sterke drank en water. Zet op dat moment water prominent neer, niet achteraan de bar. En plan een late hap, want gasten die vier uur dansen zonder iets te eten, gaan eerder naar huis.
Wat zijn de verschillen tussen Nederland en België?
De gebruiken lopen uiteen, en dat merk je aan de bar. In België is het aperitief een vast onderdeel, vaak een uur lang, met cava of crémant en een reeks hapjes. Jenever, porto en een lokaal speciaalbier staan er bijna altijd bij, en gasten verwachten een ruimer bierassortiment dan alleen pils.
In Nederland is het borrelmoment doorgaans korter en is de kaart bij de borrel smaller: bier, wijn, fris, soms een prosecco voor de toast. Nederlandse locaties werken vaker met een vast drankarrangement per uur, Belgische zalen vaker met een afkoopformule of met nacalculatie per fles. Welke van die twee voor jullie gunstiger uitpakt, hangt af van hoeveel jullie gasten drinken; de rekensom staat in drank afkopen of op nacalculatie.
Hoeveel drank reken je per gast?
Dat laat je de leverancier berekenen, want het hangt af van het aantal gasten, de duur van het feest, het seizoen en de leeftijdsopbouw van je groep. Vraag de cateraar of drankhandel met welke hoeveelheid per gast per uur zij rekenen, en laat dat getal in de offerte zetten. Zo kun je later nagaan waarop de eindafrekening is gebaseerd.
Wat je zelf kunt doen om de som scherp te krijgen:
- Geef door hoeveel daggasten en hoeveel avondgasten er zijn, want die drinken niet hetzelfde.
- Meld of er veel kinderen en veel niet-drinkers bij zijn.
- Zeg hoe lang de bar open is, inclusief eventuele uitloopuren.
- Vraag of niet-aangebroken flessen retour mogen bij nacalculatie, en hoeveel dat scheelt.
- Laat een extra krat water en een extra krat fris apart in de prijs zetten, want die gaan altijd op.
Zet de uitkomst in jullie budgetplanner samen met het aantal uren bar, zodat je ziet wat een uur extra kost. Meer manieren om aan deze post te sleutelen staan in besparen op je trouwfeest.
Mag je zelf drank meebrengen?
Soms, en bijna nooit gratis. Veel zalen rekenen een vergoeding per fles die je zelf aanlevert, in Nederland meestal kurkengeld genoemd en in België stopgeld of kurkrecht. Die vergoeding dekt het glaswerk, het koelen, het uitschenken en het afwassen. Reken dus niet met de winkelprijs van je fles maar met de winkelprijs plus die vergoeding.
Vraag per locatie drie dingen na: of eigen aanvoer is toegestaan, wat de vergoeding per fles of per gast is, en of dat voor alle categorieën geldt of alleen voor wijn en bubbels. Zalen met een eigen vergunning of een vast contract met een brouwerij laten eigen bier bijna nooit toe. Krijg je het antwoord mondeling, vraag het dan schriftelijk, want dit is een post die bij de eindafrekening voor discussie zorgt.
Zo zet je de drankkaart in de juiste volgorde
- Haal uit het contract van je locatie wat zij leveren en wat jij mag aanbrengen.
- Kies de zes basiscategorieën en schrap al de rest van hun voorstel.
- Laat per moment van de dag vastleggen welke dranken open gaan en welke niet.
- Vraag naar de rekenwijze per gast en zet die in de offerte.
- Kies tussen afkoop en nacalculatie op basis van jullie eigen groep, niet op basis van de standaardformule.
- Spreek af hoe laat de bar sluit en wat een extra uur kost.
- Regel voldoende water, een alcoholvrije optie en een late hap, en noteer wie dat die avond in het oog houdt.